Ga naar de inhoud

Koninklijke Erepenning voor jubilerend Het Vette Baarsje: ’Zonder vrijwilligers bestaat een vereniging niet’

 

Hoogeveen Door de ramen van Paviljoen Nijstad kijken tientallen sportvissers uit over de recreatieplas. Veel aandacht krijgt dat water vrijdagmiddag niet. Binnen valt meer te beleven. Hengelsportvereniging Het Vette Baarsje viert haar honderdjarig bestaan en krijgt daarvoor uit handen van burgemeester Martijn Breukelman de Koninklijke Erepenning. Ook bestuursleden Tiemon Bork (69) en Jan Bouwknegt (59) worden geëerd. Zij ontvangen een Bezig Bijtje van de gemeente Hoogeveen.

 

Een eeuw geleden begonnen veldwachters, postbodes, winkeliers en caféhouders een hengelsportvereniging. Honderd jaar later is Het Vette Baarsje met zo’n 3600 leden uitgegroeid tot de grootste vereniging van Hoogeveen.

Het jubileum levert een onderscheiding op die niet vaak wordt uitgereikt. „Er zijn maar weinig sporten en verenigingen die door honderd jaar heen zo’n stabiele basis in de maatschappij vinden”, zegt burgemeester Breukelman. Hij houdt zijn ambtsketen vast en laat deze zien. „Aan de ene kant staat het gemeentewapen, maar zo heel af en toe mag ik de koning naar voren doen.” Hij draait het wapen om. „Vandaag is zo’n bijzondere dag. Ik mag namens de koning de Koninklijke Erepenning overhandigen. Dat is een prachtige erkenning voor honderd jaar verenigingsleven, betrokkenheid en betekenis voor de gemeenschap.”

 

De erepenning wordt onder applaus overhandigd aan voorzitter Robert Zuidema. In zijn toespraak blikt Zuidema terug op de geschiedenis van Het Vette Baarsje. Op de eerste wedstrijden in het centrum van Hoogeveen, toen de vaarten nog het straatbeeld bepaalden. Op de jeugdcursussen waar duizenden kinderen leerden vissen. En op het werk met ouderen dat nog altijd wekelijks doorgaat.

„Wat dat betreft is er in honderd jaar weinig veranderd”, zegt Zuidema. „Vissen is ontspanning voor jong en oud. Dat was vroeger zo en dat is nu nog steeds zo.”

 

Bezig Bijtje

Na de uitreiking van de Koninklijke Erepenning lijkt het officiële gedeelte voorbij. Maar Breukelman heeft nog een verrassing achter de hand. Hij richt zich tot bestuursleden Tiemon Bork en Jan Bouwknegt. Beiden blijken een Bezig Bijtje te krijgen voor hun jarenlange inzet.

 

 

Bork is sinds 1995 bestuurslid en penningmeester van de visclub. Hij verzorgt de financiën, beheert de website en vertegenwoordigt Het Vette Baarsje bij verschillende organisaties. Daarnaast zet hij zich in voor bewoners van zorgcentrum Weidesteyn en voor de Historische Kring Hoogeveen.

 

 

Bouwknegt is sinds 1998 bestuurslid en al bijna twintig jaar secretaris. Hij onderhoudt contacten met instanties, ondersteunt activiteiten en was jarenlang verantwoordelijk voor het clubblad.

 

 

Volgens Breukelman schuilt hun verdienste juist in het ogenschijnlijk gewone werk. „Het gaat niet om één grote daad, maar om duizenden kleine momenten van verantwoordelijkheid”, zegt hij. „Een telefoontje, een vergadering, een administratie die gedaan moet worden. Zonder mensen zoals u bestaat een vereniging uiteindelijk niet.”

Bescheiden

Na afloop blijken de twee decorandi vooral verrast. „Ik treed niet graag op de voorgrond”, zegt Bouwknegt zichtbaar verlegen. De secretaris had de onderscheiding totaal niet zien aankomen. „Pas toen de burgemeester begon te vertellen, had ik door dat het over mij ging.”

Dat hij zich al zo lang inzet voor de hengelsportvereniging is niet zo vreemd. Vissen doet hij al zijn hele leven. „Als jongetje van vijf of zes jaar zat ik al te vissen in het vijvertje bij de Bentinckslaan. Dat mocht eigenlijk helemaal niet.”

 

 

Zijn grootste vangst? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. „Een karper van veertig pond, twintig kilo dus. Maar die ving ik in Frankrijk, dus ik weet niet of dat meetelt.”

 

 

Ook Bork had niets door, alhoewel hij het wel wonderlijk vond dat er familieleden aanwezig waren. „Dat vond ik al bijzonder. En vanuit de club was ik al eerder dit jaar benoemd tot erelid, net als Jan.” Ook Bork is fervent visser. Tegenwoordig vist de penningmeester vooral op clubniveau. Ooit deed hij mee aan nationale wedstrijden.

 

 

Die ene visboete uit zijn jeugd herinnert hij zich nog uitstekend. „Ik was vijftien jaar. Het was bloedheet. Die agent vond het te warm om al mijn visspullen mee te slepen, dus ik mocht ze houden.”

 

 

Toen de burgemeester de onderscheidingen had opgespeld, volgden bloemen, foto’s en nog toespraken van Hans Gels van de Sportvis Unie en sportwethouder Ronald Klok.

Voor allen was duidelijk: een vereniging wordt niet honderd jaar oud dankzij de vissen in het water, maar dankzij de mensen langs de kant.